Code voor vestiging roofwants Podisus lijkt gekraakt

Tegen de schildwants Nezara kun je sluipwespen inzetten die de eieren parasiteren (Trissolcus basalis). In de praktijk lukt een bestrijding nooit volledig. Chemische bestrijding is vaak de enige oplossing, maar daarmee verstoor je het hele systeem voor biologische bestrijding. In een zoektocht naar aanvullende biologische bestrijders bleek de Noord-Amerikaanse roofwants Podisus maculiventris veelbelovend te zijn. In kooi-experimenten lukte het om Nezara volledig te bestrijden met deze roofschildwantsen. Opeenvolgende praktijkproeven waren echter teleurstellend. Ondanks massale introducties en het bijvoeren met meelwormen, lukte het niet om de wantsen te laten vestigen. Uitgezette wantsen werden nauwelijks teruggevonden en verdwenen snel. In een nieuw project zocht Wageningen University & Research (WUR) uit waar dat precies aan ligt.

Alternatief voedsel voor roofwants essentieel
In een reeks laboratoriumproeven onderzocht WUR welke voedselbronnen de verschillende stadia van Podisus nodig heeft. De jonge stadia bleken kwetsbaar. Verder bleken toegang tot makkelijke prooien en vocht essentieel te zijn. Bij de oudere stadia is er een voorkeur voor mobiele prooien. Meelwormen bleken van alle geteste prooien het meest geschikt. Ook toonden de onderzoekers aan dat alternatief voedsel heel belangrijk is. De roofwantsen kunnen niet overleven met Nezara als enige prooi. Met die inzichten werd een open kweeksysteem ontworpen om in een paprikagewas te testen. 

Open kweeksysteem en bijvoeren
De vestiging van Podisus werd getest in vier kasafdelingen van elk 150 m2 met een paprikagewas van een half jaar oud. In elke afdeling werd een uitzetsysteem getest: 1) de standaard loslating zonder voedsel, 2) alleen bijvoeren met bakjes meelwormen in het gewas, 3) het open kweeksysteem en 4) het open kweeksysteem met bijvoeren in het gewas. De vestiging werd acht weken gevolgd, van week 26 tot en met 33.

De resultaten waren zeer duidelijk. Zonder bijvoeren was er geen vestiging van Podisus. Met het open kweeksysteem was de vestiging goed, maar nog steeds beperkt. Het bijvoeren in clusters rondom uitzetpunten gaf goed resultaat, maar de hoogste dichtheden werden bereikt met de combinatie van een open kweeksysteem en geclusterd bijvoeren. Uiteindelijk resulteerde dit in honderden actieve roofwantsen van verschillende stadia die overal in het gewas waren terug te vinden. De wantsen konden het gewas ook vrijhouden van rupsen, terwijl er in de behandeling zonder bijvoeren en vestiging van Podisus een uitbraak van rupsen was.

Vervolg
Het onderzoek laat zien dat het goed mogelijk is in 150 m2 kascompartiment populaties Podisus langdurig in het gewas te laten vestigen met een open kweeksysteem in combinatie met geclusterd bijvoeren. Nu is de uitdaging om verder te bouwen op deze kweekmethode en te onderzoeken of dit systeem ook werkt in de huidige teeltpraktijk.

Telers die interesse hebben om deze methode in hun kas uit te proberen en/of meer informatie willen, kunnen contact opnemen met Jeannette Vriend, Coördinator Effectief Middelen- en Maatregelenpakket, jvriend@glastuinbouwnederland.nl. In de eerstvolgende projectvergadering zal de vervolgaanpak verder worden uitgewerkt. Ook kijkt het project nog verder naar andere wantsachtigen. Zo is er nog een inheemse roofschildwants die veel potentie biedt voor de bestrijding van Nezara en Halyomorpha.

Dit topsectorproject heeft een publiek-private financiering van het ministerie van LVVN en de private partners Kennis in je Kas (KIJK), Glastuinbouw Nederland, Stichting Aardbei Onderzoek, de Gewascoöperaties Gerbera, Paprika, Aubergine, Kalanchoe en Snij-cymbidium en Bioline Agroschiences Ltd.

Auteurs: Raghavendra Reddy Manda en Gerben Messelink (Wageningen University & Research)