Onderzoek Invasieve tripsplagen  

Het doel van dit 3 jaar durende onderzoeksproject was om meer kennis te verwerven over de levenscyclus, het gedrag en de potentiële natuurlijke vijanden. Er zijn laboratorium- en kasexperimenten uitgevoerd met 4 soorten trips:

T. parvispinus op potanthurium, T. setosus op lelie, D. corbetti op Phalaenopsis en C. orchidii op snijanthurium. Ook zijn verschillende soorten natuurlijke vijanden getest: roofmijten, insecten, entomopathogene schimmels en nematoden. Een van de obstakels voor succesvolle biologische bestrijding, is de moeilijkheid om populaties van natuurlijke vijanden in gewassen te vestigen. Roofmijten waren effectief tegen D. corbetti in Phalaenopsis, maar moesten wekelijks in het gewas geïntroduceerd worden. Het effect van bankerplanten en aanvullende voeding (Artemia-cysten) op O. laevigatus-populaties in Phalaenopsis is getest, maar de tot nu toe verkregen resultaten zijn niet bevredigend. Biologische bestrijdingsstrategieën tegen deze trips vereisen op de lange termijn nog steeds herhaalde introducties van roofmijten. Biologische bestrijding met entomopathogene schimmels en nematoden in kasomstandigheden was niet bevredigend.

Dit project maakte het mogelijk om kennis te ontwikkelen over 4 soorten invasieve trips, waardoor we een volgende stap kunnen zetten in de verdere ontwikkeling van effectieve biologische bestrijdingsoplossingen tegen deze plagen. Klik hier voor het volledige onderzoeksrapport.