Virusdragende sluipwesp onderdrukt wolluis sneller

In de proef werd de ontwikkeling van citruswolluis in potroos gevolgd. Enkele weken na de besmetting was de wolluisdichtheid bij de virusdragende lijn ongeveer de helft lager dan bij de virusvrije lijn. In week 7 werd bovendien een parasiteringspercentage van 83% gemeten, tegenover 34% bij de virusvrije lijn. In week 11 hadden beide lijnen de wolluis sterk teruggedrongen.

Snelle werking belangrijk
Juist de snellere werking in de eerste weken is belangrijk voor de praktijk. Hoe eerder de wolluispopulatie afneemt, hoe sneller gewasschade kan worden beperkt. Dit kan de noodzaak verminderen om extra natuurlijke vijanden uit te zetten of met insecticiden in te grijpen. De virusdragende lijn kan telers daardoor helpen om wolluis met minder aanvullende ingrepen onder controle te krijgen.

Voedsel voor sluipwespen
Naast de virusstatus is gekeken naar de beschikbare koolhydraatbron. Vrouwtjes die zich voedden met bloemen van Lobularia maritima hadden een grotere eivoorraad dan vrouwtjes die een suikeroplossing kregen. Het aantal nakomelingen was echter vergelijkbaar. Bloeiende planten kunnen daarmee een praktische voedselbron zijn voor A. vladimiri.

Praktische betekenis
Bij een bestaande wolluisplaag waarbij snelle onderdrukking nodig is, kan een virusdragende lijn interessant zijn. Bij een vroege, preventieve introductie kunnen zowel de virusdragende als de virusvrije lijn goed functioneren. Monitoring van wolluisaantallen, mummies en parasitering blijft belangrijk om de bestrijding goed te volgen.

De belangrijkste resultaten en praktische aandachtspunten zijn samengevat in een flyer die onder dit bericht is te downloaden. 

Dit project is uitgevoerd door Wageningen University & Research, Business Unit Glastuinbouw en gefinancierd en gecoördineerd vanuit het innovatieprogramma Het Nieuwe Doen in Plantgezondheid van Kennis in je Kas (KijK). Mede mogelijk gemaakt door ketenpartner Universiteit van Valencia. Het onderzoek wordt intensief gevolgd en begeleid door telers.