Wat doen lagere nitraatconcentraties met plantweerbaarheid in tomaat?

In een kasafdeling zijn tomaten geteeld bij nitraatconcentraties van 5 - 6,5 – 8 - 10 en 16 mmol/liter in het druppelwater, waarbij 16 mmol/liter als referentie diende.

Verschillen in verdamping
Aan het begin van de teelt waren er verschillen zichtbaar in de gewasfysiologie tussen de behandelingen. Bij de lagere nitraatconcentraties was de kopdikte kleiner en bleef het gewas korter. Na twaalf weken na planten waren deze verschillen grotendeels verdwenen. Het percentage drain lag gedurende de volledige teeltperiode van twintig weken hoger bij de lagere nitraatconcentraties. Dit wijst erop dat deze planten minder verdampten, hoewel er visueel geen duidelijke verschillen meer zichtbaar waren. Door de verschillen in verdamping kwam neusrot wat vaker voor bij de hogere nitraatconcentraties. 

Bij 6,5 mmol/liter nitraat en lager begon de productie af te nemen. Maar vanaf 8 mmol/liter nitraat werd geen verschil in productie gevonden ten opzichte van de referentiebehandeling met 16 mmol/liter nitraat.

Biotoetsen
Tijdens de teelt zijn ook biotoetsen uitgevoerd op kaswittevlieg, echte meeldauw en cladosporium. Bij kaswittevlieg werden geen significante verschillen tussen de behandelingen gevonden. Wel was er een trend zichtbaar waarbij de lagere nitraatconcentraties van 8, 6,5 en 5 mmol/liter de laagste populaties kaswittevlieg lieten zien.

De infectie met cladosporium loopt momenteel nog. De ziektedruk is op dit moment nog te laag om verschillen tussen de behandelingen aan te tonen.

Bij echte meeldauw was wel een betrouwbaar effect van de nitraatconcentratie zichtbaar. Vanaf 8 mmol/liter nitraat werd een significante verlaging van de meeldauwdruk waargenomen. Dit resultaat komt overeen met de uitkomsten van de WUR-proeven: verlaging van de nitraatgift binnen een bepaalde range zorgt wel degelijk voor minder meeldauw infectie zonder relevant verlies aan productie.

Dit project wordt uitgevoerd door Vertify, Stichting Control in Food & Flowers en Wageningen University & Research Glastuinbouw en gefinancierd en gecoördineerd vanuit het innovatieprogramma Het Nieuwe Doen in Plantgezondheid van Kennis in je Kas (KijK). Mede mogelijk gemaakt door Gewascoöperatie Tomaat en Gerbera, Nouryon Functional Chemicals, Normec Groen Agro Control en NovaCropControl. Het onderzoek wordt intensief gevolgd en begeleid door telers.

Auteur: Sergio Harinck