Werkgroep schept duidelijkheid door begrip ‘weerbaarheid’ te definiëren
De Nederlandse glastuinbouw wil duurzaam telen met minimale emissie van gewasbeschermingsmiddelen naar het milieu en nagenoeg geen residu op het product. Dat vraagt om slimme alternatieven voor de beheersing van ziekten en plagen. Het pakket aan gewasbeschermingsmiddelen wordt steeds kleiner door Europese en nationale regelgeving én door eisen van retail en consument. Correctiemiddelen verdwijnen, dus preventie en weerbaarheid worden cruciaal. Daarmee is de weerbaarheid van planten de sleutel naar een geïntegreerde aanpak. Weerbaarheid is echter een breed begrip.
Veel vragen bij telers
Veel telers zijn in hun gewas al bezig met weerbaar telen. Uit de cursussen Weerbaar telen die dit voorjaar zijn gehouden, blijkt dat hierover nog veel vragen bestaan. Het is belangrijk om een heldere definitie te hanteren over wat weerbaarheid is, zodat iedereen in de sector hiervoor dezelfde uitgangspunten hanteert.
Alle partijen die bij het Uitvoeringsprogramma Toekomstvisie Gewasbescherming 2030 betrokken zijn, zijn ook vertegenwoordigd in de werkgroep Weerbaarheid. Vanuit deze werkgroep is onlangs een gezamenlijke definitie opgesteld. Het begrip ‘weerbaarheid’ staat volgens de werkgroep voor sterke planten in een gezonde omgeving voor een toekomstbestendige land- en tuinbouw.
Meer weten over de definitie van weerbaarheid, van welke uitgangspunten is uitgegaan en welke kaders daarbij horen? Download de notitie onderaan dit nieuwsbericht.
Betrokken partijen Uitvoeringsprogramma
Agrodis, Fedecom, Plantum, Artemis, LTO Nederland, Ctgb, Cumela, Natuur & Milieu, Croplife NL, Vewin, Unie van waterschappen en het ministerie van LVVN en I&W.