Integrated Pest Management (IPM)

Geïntegreerde gewasbescherming

Geïntegreerde gewasbescherming is een vast onderdeel van modern teeltmanagement. De acht stappen van IPM helpen telers om preventie, monitoring en duurzame maatregelen logisch op te bouwen. Chemische ingrijpen wordt alleen gedaan wanneer dat strikt nodig is. Door de IPM-stappen consequent te gebruiken ontstaat een weerbaar teeltsysteem dat continu leert en verbetert.

1. Preventie

Een schone start, gezond plantmateriaal en een sterk teeltsysteem voorkomen veel problemen. Door klimaat, substraat en hygiëne op orde te houden krijgt een plaag weinig kans.

2. Monitoring

Regelmatig scouten, signaalplaten en vallen geven snel zicht op plaagdruk en hotspots. Water- en sporenanalyses én nieuwe sensortechniek maken het beeld compleet.

3. Besluit nemen

Je grijpt pas in als de drempelwaarde écht bereikt is. Zo blijven natuurlijke vijanden werken en voorkom je onnodige acties.

4. Niet chemische methoden

Biologische bestrijders en  teelttechnische maatregelen vormen de eerste stap. Als die basis goed draait, blijft de kas veel rustiger.

5. Doelgericht middelen inzetten

Moet je corrigeren, dan kies je selectieve middelen die de biologie sparen. Precies toepassen op het juiste moment maakt het verschil.

6. Beperken tot noodzakelijk niveau

Behandelen doe je zo gericht en beperkt mogelijk. Minder frequent werken voorkomt verstoring én bespaart middelen.

7. Middelen afwisselen

Roulatie tussen verschillende werkingsmechanismen houdt middelen langer bruikbaar. De combinatie van biologie en teelttechnische maatregelen verhogen de effectiviteit.

8. Leren en optimaliseren

Door acties te registreren en te evalueren zie je wat werkt. Zo groeit je IPM-aanpak elk seizoen mee met de praktijk.